INSTRUMENTEN
U kunt onderstaande foto's vergroten door er op te klikken.
De Instrumenten van ´Het Consort´
Behalve de gitaristen bespelen al de musici van ´Het Consort´ originele Italiaanse instrumenten uit de mandolinefamilie.
De eerste en tweede mandolinisten concerteren allen op ´Embergher´ mandolines die, of door de Romeinse meesterluthier Luigi Embergher (1856-1943) zelf, zijn opvolger Domenico Cerrone (1891-1954) of zijn zoon Giannino Cerrone (b.1924), gebouwd zijn.
De mandolisten bespelen mandola´s gebouwd door Luigi Embergher en de Napolitaanse meesterbouwer Raffaele Calace (1863-1934) en zijn zoon Giuseppe Calace (1899-1968).
Om de warme klank van de met de hand getokkelde gitaren te benadrukken, worden - daar waar wenselijk - mandoloncello´s toegevoegd. Deze tegenwoordig weinig gebruikte telg uit de mandoline familie met de stemming CC-GG-dd-aa, voegt een extra kleur toe aan het orkest. Dit is vooral hoorbaar in de tenor stem van de muziek wanneer het instrument in de tremolostijl bespeeld wordt.
We gebruiken hier of een Claudio Cavelli (werkzaam ± 1925), een Giuseppe Calace en/ of een Luigi Embergher mandoloncello voor.
Luigi Embergher
In sommige gevallen, wanneer meer virtuoos spel wordt verlangd, heeft de vijf-korige Liuto cantabile de voorkeur. Met haar stemming van CC-GG-dd-aa-ee, beslaat dit met een plectrum te bespelen instrument de omvang van zowel de mandoloncello, gitaar en mandola. Voor dat doel hebben we een instrument gebouwd door Ermelinda Silvestri (werkzaam1881-1950, Catania) tot onze beschikking.
De instrumenten uit de gitaargroep behoren tot het ´klassieke´ type en zijn gebouwd in de Spaanse stijl door José Ramirez III (1922-1995, Madrid), David J. Rubio (1934-2001, Cambridge), Daniel Royé (b. 1956, Amsterdam) en Theo Scharpach (b. 1955, Bergeijk NL).
Deze moderne gitaren worden voor speciale gelegenheden vervangen door Italiaanse basgitaren, gebouwd in het eerste kwartaal van de 20e eeuw door Luigi Mozzani (1869-1943, Cento), zijn leerling Claudio Gamberini (1895-1965, Cento) en Antonio IV Monzino (1847-1930, Milaan).
Voor de baspartij in de muziek wordt een originele Chitarrone moderno, gemaakt door Vincenzo Miroglio (act, 1900-1950, Catania) gebruikt. Dit getokkelde bastype is omstreeks 1900 speciaal ontworpen door Italiaanse bouwers. Hun hoofddoel was het creëren van een bas waarvan het geluid overeenkomt met de klank van een plectrumorkest. Andere bouwers die de noodzaak van de Chitarrone moderno, als tegenhanger van de gestreken bas uit de vioolfamilie zagen, zijn o.a. Raffaele Calace, Antonio IV Monzino en Luigi Mozzani.
De reden voor ´Het Consort´ om te concerteren op dit originele Italiaanse instrumentarium uit de mandolinefamilie is de opvallende klankschoonheid van deze instrumenten.
Speciaal betreffende de mandolines en de mandola´s hebben we gekozen voor de beroemdste en onovertroffen luthiers uit het begin van de 20e eeuw. De klankrijkdom en de uitstekende projectiekwaliteit van de mandolines van Luigi Embergher, gecombineerd met de uitstekend vervaardigde en sonoor klinkende mandola´s, gemaakt door Raffaele en Giuseppe Calace, scheppen een natuurlijke en prachtige hoge sectie van eerste en tweede mandolines alsmede een open en helder midden register. Samen met de donkere en zoete klank van de gitaren gecombineerd met mandoloncello´s en Liuto Cantabile´s en een getokkelde Chitarrone moderno, geven ons orkest haar eigen ´klank´.
Plectra
Deze klank wordt ook bereikt door het gebruik van een lang en ovaal schildpadplectrum zoals dit is ontworpen door Luigi Embergher zelf. Dit lange en aan beide uiteinden puntige plectrum werd later geperfectioneerd door de legendarische mandoline virtuoos Silvio Ranieri (Rome, 1882-1956), die – ondanks dat hij de meeste tijd van zijn leven in Brussel doorbracht – een nauwe vriendschap met Embergher onderhield.
Silvio Ranieri
Tegenwoordig zijn oude schildpadplectra of stukken schild van mediterrane schildpadden moeilijk te vinden, en al helemaal stukken met de lengte die nodig zijn om het ´Ranieri´ plectrum te vervaardigen. Zijn ontwerp dat aan beide einden gelijkmatig tot een flexibele en dunne punt gevijld is, vereist een stuk schildpad met een totale lengte van 65mm.
Vanwege de schaarste en door het internationale verbod op het gebruik en distributie van het schild van de schildpad, waren we genoodzaakt nieuw plectrummateriaal met een zelfde flexibiliteit te zoeken. Gelukkig is er een goed alternatief in de vorm van celluloid gevonden, met de uiterlijke kenmerken van schildpad.
Snaren
De afgelopen twaalf jaar hebben we verschillende soorten mandolines bespeeld. Zeer belangrijk was hierbij de snaarkeuze. Sterke Duitse mandolines, zoals te horen op onze CD ‘aranci in Fiore’, kunnen gemakkelijk de grote trekkracht verdragen van een ´flat-wound´ snaar. Dit soort snaren hebben het voordeel in vergelijking tot ´round-wound´ snaren dat ze een gladgeslepen oppervlakte hebben en daardoor minder bijgeluiden produceren tijdens het spelen. De snaren kennen ook minder stemmingsproblemen doordat ook het tweede (a’) koor in deze snarenset omwonden is. Met de komst van de ´flat-wound´ snarenset verdwenen de problemen met het stemmen van de instrumenten en in stemming houden van een heel orkest tijdens het optreden.
Echter, voor de licht gebouwde instrumenten van de Italiaanse meesterbouwers zoals Embergher en Calace, is het beter om snaren te kiezen die het dichtst in de buurt komen van de originele snaren zoals die gefabriceerd werden door Romeinse en Napolitaanse snarenmakers uit die periode.
De helder klinkende snaren van die tijd droegen zorg voor het typische sonore vibrerende geluid van de beste Italiaanse instrumenten.
Interessant is dat men Embergher-snaren kon kopen die speciaal voor de mandolinefamilie werden vervaardigd in Embergher’s eigen atelier. De twee hoogste koren waren gemaakt van enkel staal en de laagste twee koren bestonden uit een stalen kern omwonden met een bronzen draad. Recent onderzoek heeft geleid tot de conclusie dat de bronzen snaren gemaakt door de Duitse firma Lenzner zeer veel gemeen hebben met de originele Romeinse en Napolitaanse snaren uit die tijd.
De Lenzner-fabriek is gesticht in 1900 en heeft een lange traditie in het maken van snaren. Zij produceren alle soorten kwaliteitssnaren voor tokkelinstrumenten en hebben zeer ervaren specialisten in huis die snaren kunnen vervaardigen op speciaal verzoek.
Met de problemen van de ongebalanceerde a’-snaar in ons achterhoofd was onze vraag aan de firma Lenzner of het mogelijk was om een met brons omwonden a’-snaar te fabriceren. Snaren die op stemming blijven en die in geluid en spanning in harmonie zijn met de overige koren.
Door ons contact met de gitaar/mandolinebouwer en restaurateur Hendrik van den Broek, die veel contacten in de snarenindustrie heeft, werden de specialisten van Lenzner bereid gevonden om een dergelijke a’-snaar te fabriceren.
Na het proberen van enkele sets kunnen we nu zeggen dat de Lenzer Musiksaiten firma een uitstekende set van rond-omwonden snaren heeft ontwikkeld.
Het is belangrijk om te weten dat bij het gebruik van deze snaren er geen compensatie op de brug onder de a’-snaren nodig is, zoals gerbuikelijk op de originele bruggen van de Romeinse instrumenten zoals deze gebouwd werden door De Santis, Maldura, Embergher, Egildo en Olivieri.
Daarom wordt geadviseerd om een kopie van de originele brug te maken zonder de compensatie onder de a’-snaar.
Wij zijn zeer blij met de ontwikkeling van de medium tension rond-omwonden snarenset met inbegrip van het rond-omwonden tweede koor, en verheugd dat deze set, die de naam van ons orkest draagt, beschikbaar is gekomen voor alle mandolinisten die graag de heldere klank van hun originele Italiaanse mandolines horen.
De Lenzner ''Consort'' saiten für historische Qualitäts- Mandolinen kunnen besteld worden bij Hendrik van den Broek ‘Snaar Instrumenten’
Henk van den Broek.(h.vanden.broek02@freeler.nl).
© Alex Timmerman 2002
[Welkom]
[Informatie]
[Samples]
[Agenda]
[Fotoboek]
[Links] omhoog